Love, Jones and Amsterdam | “Urkel”

July 18th, 2011

Nadat ik een maand lang ter vergeefs bij elke tram halte in Amsterdam hoopte op die toevallige ontmoeting met die ene prins op zijn witte Nikes. Begon ik de hoop al op te geven. Bijna vier weken lang kreeg ik stiekem kriebels van alle witte Nikes die mijn zicht passeerde. Maar helaas, geen prins. En de hoop dat ik hem ooit nog tegen zou komen vervloog zoals de koude winter langzaam plaats begon te maken voor de langverwachte lente.

Ik gaf het op en begon mezelf ervan te overtuigen dat mijn prins op die Witte Nikes van hem behoorde tot een van mijn vele dagdromen.

Inmiddels had ik een paar gezellige thee dates gehad. Ondanks dat ik afspraken voor zes uur in de avond niet echt dates mag noemen, begon het hele gebeuren toch wel lichtelijk romantische wendingen te krijgen. Dus daarmee was de term thee date geboren.

Ik leerde hem kennen op een boekpresentatie, van een nieuwe uitgever in Amsterdam. Er waren geen op hol geslagen vlinders of een oncontroleerbare drang om hem te bespringen toen ik hem voor het eerst zag. Nee, dat niet. Hij was niet woest aantrekkelijk. Maar lelijk zeer zeker niet. Zijn onnozele sulligheid maakte hem op een bepaalde manier schattig. En de manier waarop hij met politiek correct gekozen woorden sprak terwijl hij mij met een indringende blik aankeek vanachter zijn bril vandaan, zelfs wel sexy. Hij was beleefd, slim en respectvol. Een verademing in vergelijking tot al het spuis wat ik normaal gesproken tegen het lijf lijkt te lopen. Hij had antwoorden op al mijn vragen en wist meer over computerprogramma’s dan Bill Gates zelf. Hij was mijn lopende Wikipedia, maar ik noemde hem stiekem Urkel.

Op een regenachtige zondagmiddag, terwijl ik aan het wachten was op de lente, ging mijn telefoon; Urkel. Of ik zin had in een kop thee. Dat had ik wel, maar ook in een jointje en wat filosofisch geouwehoer over de zin van ons bestaan bedacht ik me toen ik ja zei. Na de afgelopen thee dates wist ik, dat ik voor die twee dingen misschien niet bij Urkel aan het juiste adres was. Onze gesprekken waren ver van filosofisch. Ik had soms zelfs het gevoel gehad dat wanneer ik met hem in gesprek was, ik deel nam aan een debat. Bij Urkel was het niet geoorloofd om je concentratie te laten verslapen, en weg te dromen over een leven leiden bij de dag, niet gehinderd door de dagelijkse verplichtingen in de maatschappij van nu.

Het was alsof hij een inimini computertje in zijn brein had welke alles wat hij zei, eerst in een razend tempo maar grondig had overdacht. Dat maakte hem interessant, maar tegelijkertijd op een vreemde manier voorspelbaar. Wat hij me precies zou gaan zeggen wist ik nooit van te voren, maar de manier hoe hij het zou brengen, en dat zijn uitspraken altijd goed overdacht waren, een feit. Op de vraag of hij weleens een jointje rookt was zijn antwoord luid en duidelijk; “Nee, jij?” Daarmee was samen een jointje roken een no-go en werden filosofische onderwerpen van de tafel geveegd.

We spraken af bij het American Hotel op de hoek bij het Leidse plein. Logistiek voor een beiden een goed punt om af te spreken. Hij stond te wachten, in de regen, want ik was iets te laat. Zoals al die keren overigens, niet die regen, maar wel dat ik te laat was. Dit keer had ik echter wel een excuus. Tenminste voor mezelf, ik had namelijk een snelle stop gemaakt bij mijn favoriete coffeeshop overtuigd dat ik Urkel zijn eerste joint zou laten roken. Ik gaf hem spontaan een kus op zijn mond en nog voordat hij een reactie kon geven trok ik hem mee aan zijn arm. “Kom.” Zei ik. “Ik neem je mee!” Iets wat knullig maar met een grote glimlach hobbelde hij achter mij aan. “Waar neem je me mee naartoe vroeg hij?” “Ergens waar ze thee hebben.” Zei ik met een lach. En ik sleepte hem mee naar een van mijn favoriete cafés. Waar je kon roken, drinken en gezellig kon ouwehoeren terwijl je op kon gaan in alle oude foto’s aan de muren. Ik bestelde twee verse muntthee en terwijl ik hem in stilte de omgeving in zich op zag nemen, pakte ik mijn sigaretten doosje en draaide ik een jointje. Ik zag hem bedenkelijk kijken en ik zei; “Maak je niet druk je hoeft echt niet perse mee te roken.” Wijs en iets wat bijdehand antwoordde hij meteen: “Dat doe ik sowieso al nu ik tegenover je zit.”

Een speelse blik wisseling en een halve joint verder leek Urkel iets losser te komen in zijn vel. Zijn houding werd meer relaxt en zijn opmerkingen leken zelfs iets minder overdacht. Al snel was het onderwerp; liefde. En voor ik het wist bekeek ik Urkel terwijl hij iets wat onhandig de joint oprookte en een memoires oplas van een hoofdstuk uit zijn leven welke klaarblijkelijk nog lang niet afgesloten was. Voordat hij erover kon nadenken vertelde hij mij dat hij een lange relatie van zes jaar achter de rug had. Een waarin hij liefde had gevoeld en waarin hij oprecht gelukkig was geweest. Toen ik hem vroeg waarom hij de relatie had verbroken zei hij me dat hij dat had gedaan omdat hij dacht dat er nog wel iets beters in het verschiet zou liggen. Hij was daar uiteraard niet zeker van, maar hij kon dat gevoel niet negeren zo zei hij. Ik proefde een kleine dosis berouw in zijn stem. En er viel een stilte.

Dat was het moment waarin ik me besefte dat wanneer ik hier zou blijven, ik zou moeten accepteren dat het nu mijn taak zou moeten zijn om te bewijzen dat ik dat betere zou kunnen zijn wat hij zocht. Alles wat ik zou doen zou onder een loep gelegd worden waarvan de lens het vergelijkingsmateriaal was van de afgelopen zes jaar. Ik dronk mijn laatste slok thee op. Op het verzoek of ik mee wilde gaan naar zijn huis om een film te kijken bedankte ik vriendelijk en ik stapte de nat gerende straten van Amsterdam op, Urkel iets wat verbaasd achter gelaten.

De tram kwam gelukkig sneller dan het besef van de situatie bij Urkel. Terwijl ik plaats nam op een van de stoelen in het achterste gedeelte droomde ik weg met mijn blik op de genevelde bomen langs de grachten. Het was toen dat mijn blik gestolen werd door die van hem. Alweer, hij. Het was hem echt. Ik hoefde zijn schoenen niet zien om het gevoel te herkennen, welke voortkwam uit alleen die simpele maar intense blik, gedeeld tussen hem en mij. De tram reed de hoek om, en stal daarmee mijn zicht. Tevreden en overtuigd leunde ik achterover. Ja, ik wist zeker dat er iets beters voor mij rondliep en wel op zijn witte Nikes. En zonder enig berouw nam ik daarmee afscheid van mijn Urkel.


Filed under: column | Love, Jones and Amsterdam | 3 Comments »

Love, Jones and Amsterdam | “Prins op zijn witte Nikes”

June 4th, 2011

Op zoek naar die prins op het witte paard in Amsterdam. Ja, zo hopeloos romantisch blijf ik. En na al die tijd nog niet willen geloven dat hij wellicht niet in Amsterdam rond galoppeert, brengt mij ertoe dat ik gewoon stug door blijf zoeken.

Maar inmiddels weet ik wel dat hij zijn paard niet in de Jimmy Woo of Bitterzoet stalt om daarna eens even flink los te gaan op de dansvloer.  De mensen die denken hun prins tegen te komen,  zullen bedrogen uitkomen. Kikkers genoeg, maar geloof me, zelfs na die kus, zullen ze gewoon door blijven kwaken.

Dus besluit ik om het op een andere boeg te gooien. De mannen die me vervelen met openingszinnen als: “Kom jij vaker hier?” en “Wat doe jij zoal in het dagelijks leven?” worden vanaf nu al voordat ze uitgepraat zijn omvergeblazen door mijn denkbeeldige bazuka. En ik leg die rode loper alleen nog maar uit voor een echte prins.

Na mezelf afgevraagd te hebben of het de liefde is die me daadwerkelijk elke keer toch weer teleur stelt of dat ik echt te hoge eisen stel. Trek ik  al snel de conclusie dat ik mijn verlangen naar een prins echt niet zo belachelijk is als dat het soms doet overkomen. En ondanks dat de vermoeidheid van het kussen van al die kikkers soms toeslaat, geef ik de hoop niet op. En weiger ik genoegen te nemen met minder. Ik weiger naar huis te gaan met een kikker, bij gebrek aan beter. Dus zoek ik verder, in alle hoeken van Amsterdam.

Het zal vast die zelfmartelaar in me zijn die me er dan toe zet om hiermee bewust te beginnen op Valentijnsdag van dit jaar.  Maar dat terzijde.

Gekleed in mijn goede moed draag ik mijn hoopvolle instelling met stijl, en zo stap ik het concertgebouw van Amsterdam binnen. De dame bij het loket vraagt mij nog of ze goed heeft begrepen dat ik maar één kaartje voor het concert van vanavond wilde bestellen. Ook zij begrijpt mij niet. En ik ga er maar even vanuit dat ze er niets naars mee bedoelt, al voelt het stiekem wel zo.

Ik heb nog een dik uur voordat het concert begint. Iets wat trots loop ik zo solo het café van het concertgebouw binnen, ik ben nog vroeg, en op een paar bejaarden na, is er nog niemand te bekennen. Ik bestel de Valentijns special, welke bestaat uit champagne en kaviaar. De champagne ruil ik om voor rode wijn. Twee glazen, voor mij alleen. Het café vult zich langzaam met stelletjes in alle soorten en maten. Oudere stelletjes, jonge stelletjes. Net nieuwe stelletjes, ver gevorderde stelletjes,  en wellicht, voor zover ik het kan beoordelen zo vanuit mijn sceptische hoek, een bijna niet meer stelletje.  Ik voel me bijna zielig , maar de rode wijn neemt al snel het gevoel van zelfmedelijden weg en vervangt deze met een aangename roes aangezien de kaviaar uiteraard geen bodem is.

Gelukkig worden de stelletjes al snel aangevuld met opa’s en oma’s, moeders en dochters en dat soort gespuis.  Maar nog nergens zie een mannelijke verschijning met prinsachtige trekjes.

Wanneer er een blonde dame van mijn leeftijd alleen het café binnen komt wandelen en plaats neemt aan de tafel tegenover me, voel ik me ineens toch een stuk minder suf. En ik vraag me al snel af of zij met dezelfde bedoeling als ikzelf naar het concertgebouw is gekomen. Maar wanneer er een lange knappe man de café binnen komt stappen met een roos en de twee zich in een innige omhelzing storten voor mijn ogen,  komt het gevoel van sufheid snel weer naar boven. Ik bestel een derde glas wijn en verplaats mij langzaam naar de concertzaal.

Terwijl ik probeer te luisteren naar de prachtige muziek, word ik afgeleid door de bewegingen van de dirigent. Ik betrap mijzelf erop dat ik mij afvraag af hoe een date met een dirigent zou zijn. Maar wanneer deze zich na afloop omdraait en een diepe buiging maakt en ik zie hoe zijn vooraanzicht er daadwerkelijk uitziet. Is de nieuwsgierigheid in een keer weg.

Nee, verder dan een korte flirt met een van de concertgebouw medewerkers, kom ik niet. En dat was overigens ook alleen maar omdat ik mijn glas rode wijn mee de concertzaal in probeer de te smokkelen. Hier was mijn prins vanavond niet te vinden. Snel haal ik mijn jas en ga ik op weg naar huis.

Het is koud als ik op de tram sta te wachten. En het regent. Ik heb mijn hoofd naar beneden als mijn zicht wordt afgeleid door een paar sneakers die ik voorbij zie komen. Ze stoppen en staan recht voor me. Als ik opkijk schrik ik. Ik ken hem. Ja, ik ken hem. We stappen dezelfde tram in. En zitten drie haltes lang tegenover elkaar. We kijken elkaar soms een paar seconden aan. Het voelde als minuten. Zal het hem zijn, mijn prins op zijn witte Nikes? Of zal het die rode wijn geweest zijn?


Filed under: column | Love, Jones and Amsterdam | 2 Comments »

Love, Jones and Amsterdam

May 23rd, 2011

Amsterdam, the city where my heart goes out to. From the day we met. The city where I once found my first love. But still undecided if it will be the place where I will find my last one. With my heart all over the world Amsterdam is the place where I once found, lost, met and still meet. So I have been writing about my search for love. And now I will share this with you. The next few months I will post a range of stories in a column called “Love, Jones and Amsterdam” for all my Dutchies, as it is written in Dutch. Hope you’ll enjoy it!

Love,


Filed under: Diary, column | Love, Jones and Amsterdam | No Comments »

Random Quote

“It's all about the unsaid words,
I call it the art of silence.”

Categories

Network

Contact

info@jonesproductions.nl

   

Diary of Jones © 2012 Copyright by Jones Productions. All rights Reserved | Theme by Muchtar Knows.